Geografie:
Laos (officieel: Democratische Volksrepubliek Laos; Sathalanalat
Paxathipatai Paxaxon Lao) is een republiek in Zuidoost-Azië en is
ongeveer drie maal zo groot
als Nederland en België samen (totale
oppervlakte 236.800 vierkante kilometer) en heeft als hoofdstad
Vientiane. De maximale afstand tussen het noorden en het zuiden
bedraagt ca. 1000 km en tussen het oosten en het westen 450 km. Laos
meet op z’n smalst maar ca. 100 km. De Mekong is de levensader van Laos
en door deze rivier is Laos een groen land wat voor de helft bedekt is
met bos. Het grootste deel van Laos is heuvelachtig, soms zelfs
bergachtig. Laos wordt doorgaans onderverdeeld in drie gebieden: het
ruige Noorden, met hoge bergen, kleine valleien en een hoogvlakte, de
Vlakte der Kruiken; het vollere Midden, met lagere bergen en grote
valleien; en het hete, droge Zuiden, met de Boloven Hoogvlakte en brede
valleien. Vooral het noorden, met een gemiddelde hoogte van 1500 meter,
vormt een sterk door rivieren versneden berglandschap, waarvan de kern
wordt gevormd door het Hoogland van Tran Ninh met als hoogste punt de
Phu Bia met 2835 meter, daarna de Phu Xao (2690 m) en de Phu Xamxum
(2620 m). Naar het zuiden toe wordt de oostelijke grens gevormd door de
Cordillere van Annam. Verdeeld over Laos zijn vier bergplateaus te
vinden: het Nakai-plateau en het kalkstenen Khammuan-plateau in het
noorden, het Xieng Khouang-plateau in het midden en het Boloven-plateau
in het zuiden (gemiddeld 1070 meter hoog). Het land heeft geen directe
verbinding met de zee en grenst in het noorden aan China (423km) en
Myanmar of Birma (235 km), in het oosten aan Vietnam (2130 km), in het
zuiden aan Cambodja (541 km) en in het westen aan Thailand (1754 km).
Historie: |

|
Over de vroege geschiedenis van Laos is weinig bekend. Als een van
de oorspronkelijk bewoners woonden hier Mon-Khmer volkeren die zich in
leven hielden door te jagen en te verzamelen vóór de komst van
landbouw. De Lao en andere Tai volkeren kwamen zo'n 750 jaar geleden
het land binnen druppelen vanuit China binnen. Fa Ngoum, de eerste
koning van Laos, introduceerde het Therevada Boeddhisme, een godsdienst
die nog steeds door driekwart van de Laotianen wordt aangehangen. Onder
Fa Ngoum's opvolgers maakte Laos een lange periode van vrede mee en
breidde het koninkrijk zijn macht uit tot grote delen van Noord (-Oost)
Thailand. Maar er waren ook nederlagen; de Birmezen vielen vanuit het
Westen binnen, en ook de Vietnamezen maakten op zeker moment de dienst
uit in Laos. Uiteindelijk splitste de erfenis van Fa Ngoum zich in 1707
op in twee koninkrijken: Het koninkrijk van Luang Prabang en dat van
Vientiane. Champasak was al langer een onafhankelijk koninkrijk. Andere
gebieden van het hedendaagse Laos, zoals Xieng Khouang en Muang Singh,
hebben geruime tijd aan Vietnam, Siam (Thailand) en China toebehoord.
Tegen het einde van de 19de eeuw hadden de Fransen de macht over wat nu
Laos, Cambodja en Vietnam is. Zij kozen Vientiane als administratieve
hoofdstad. Een expeditie van April 1867 die werd geleid door Ernest
Doudart de Lagrée en Francis Garnier bezochten de ruïnes van Vientiane.
In 1869 vaarde een expeditie die door Rheinart en Mourin wordt geleid
voor een groot deel over de Mekong zonder de bergen te doordringen.
Hoewel een andere ontdekkingsreiziger, Jules Harmand, een Franse
legerarts, Attapu op Xé Kong bereikte, voorzagen deze
ontdekkingsreizigers de Fransen slechts van een oppervlakkige kennis
van de volkeren van het binnenland. Wat deze vroege Franse
ontdekkingsreizigers en wetenschappers, echter wel vonden, waren
Siamese en de Vietnamezen volkeren die toen reeds twisten over
grondgebied tussen de bergen en Mekong. In de Tweede Wereldoorlog
bezetten de Japanners Indochina, maar in 1946 claimden de Fransen hun
oude rechten als machthebbers. Terwijl Laos drie jaar later een
onafhankelijke staat binnen de Franse Unie werd, schaarden dissidenten
zoals de nationalistische verzetsbeweging van de Pathet Lao zich aan de
kant van de pro-communistische Vietminh die in Vietnam tegen de Fransen
vocht. In 1953 viel de Pathet Lao Laos binnen en na een korte oorlog
hadden ze al snel
grote delen van het land onder controle. De oorlog
eindigde door de Geneve Akkoorden van 1954, waarin Laos'
onafhankelijkheid werd erkend. Een coalitieregering werd gevormd en in
1955 werd Laos lid van de Verenigde Naties. De VS en de Sovjet-Unie
zorgden voor instabiliteit door verschillende facties van de coalitie
te steunen. Burgeroorlogen volgden en in de jaren 60 werd Laos
betrokken in de Vietnam oorlog. Het Noord-Vietnamese leger gebruikte
een netwerk van paden in Noord- en Oost-Laos om voorraden naar hun
troepen in Zuid-Vietnam te brengen, de 'Ho Chi Minh-Trail'. Amerikaanse
bommenwerpers bestookten de trail en een geheim leger van Hmong
huurlingen hielp de Amerikanen met verkenningen. Uiteindelijk zijn op
Laos meer bommen gegooid door de Amerikanen dan in de hele Tweede
Wereldoorlog. Na de communistische overwinning van 1975 in Cambodia en
Vietnam werd op 2 December 1975 het Laotiaanse koningshuis ontbonden en
de Democratische Volksrepubliek Laos uitgeroepen. De Lao Revolutionaire
Volkspartij is nog steeds de enige wettige politieke partij in Laos. De
meeste oppositieleiders verlieten samen met zo'n 400.000 vluchtelingen
het land in de jaren '70. Vietnamese troepen bleven tot 1990 in Laos om
het regime te steunen. Economisch gezien heeft het land veel
achterstand opgelopen, vooral tijdens de pogingen tot collectivisering
aan het einde van de jaren '70. Sinds 1986 heeft de overheid getracht
de economie om te vormen naar een markt-economie. Doordat hierbij de
politieke invloed op de economie ongewijzigd groot bleef is de
economische facelift maar ten dele gelukt. Nog altijd leeft het
grootste deel van de bevolking van zelfvoorzienende landbouw. Vandaag
de dag wordt Laos gezien als één van de meest stabiele en vredelievende
staten in het Verre Oosten.
Laos is het op 6 na armste land ter wereld. Het
huidige economische bewind in Laos wordt gebaseerd op het kapitalisme.
Economische groei is echter zichtbaar. Zo'n acht procent van het bodemoppervlak
in Laos is geschikt gemaakt voor landbouw. De grond in Laos is overal vruchtbaar,
dus de landbouw is een groeiende sector. Ook onder de grond is de bodem rijk,
onder andere aan: goud,koper, tin, zink, ijzer, kolen en zout. Veel Laotianen leven
van de visserij. Eén van de snelst groeiende economische sectoren is de toeristische sector.
Bevolking: |

|
Laos telt ruim 5 miljoen mensen en is met 23 mensen per vierkante
kilometer (2001) een dunbevolkt land. De bevolkingsgroei is ongeveer
2,7% per jaar.Hoewel de kindersterfte hoog is (officieel haalt één op de
acht kinderen het vijfde levensjaar niet) is bijna de helft van de
bevolking jonger dan 15 jaar. De totale levensverwachting is slechts 52
jaar. Bijna tachtig procent van de bevolking leeft op het platteland.
Het grootste deel van de bevolking behoort tot het boeddhisme (80%). Dit
zal iedereen die Laos bezoekt zeker opvallen. De andere godsdienst die
men aantreft in Laos is het animisme. Het uitgangspunt van het animisme
is de ziel. Daarnaast gelooft een animist dat er in het lichaam geesten
huizen, en dat in veel natuurverschijnselen de geesten van voorouders
spreken. De voertaal in Laos is Laotiaans. Veel volkeren spreken
daarnaast ook nog een eigen taal. Je kunt vrijwel overal met Engels en
Frans terecht. Hoewel de Engelse taal snel populairder wordt, zullen
ouderen het prettiger vinden als je hen in het Frans aanspreekt. Frans
is officieel de tweede taal van Laos. Als je een goede indruk wilt
maken, heb je aan een paar Laotiaanse woorden al genoeg!
Voor wat betreft etnische groepen is Laos één van de meest diverse
landen van Azië. De schattingen van het aantal etnische groepen lopen
sterk uiteen. Hoewel er officieel 68 etnische groepen binnen de
landsgrenzen geteld zijn, komen schattingen van 100 of zelfs 140 voor.
Tussen de verschillende etnische groepen bestaan grote verschillen, die
onder andere tot uiting komen in taal en gebruiken. De etnische groepen
zijn vooral duidelijk aan hun kleding van elkaar te onderscheiden. De
Hmong-vrouwen aan hun donkere kleuren en bonte borduursels, de
Lisu-vrouwen aan hun felgroene en felrode jurken, de Akha-vrouwen aan de
zwarte rokjes, beenwikkels en prachtige hoofddeksels, en de Mien aan hun
zwarte tulbanden en vuurrode boa's. Laos is een van de laatste landen in
Zuidoost-Azie waar de minderheden nog niet totaal zijn opgegaan in de
cultuur van de meerderheid. De ethnische groepen van het land worden
meestal ingedeeld in drie hoofdgroepen: Lao Loum, Lao Theung en Lao
Soung.
- De Lao Loum of laagland Lao: De Lao Loum zijn verwant aan de Thai uit Thailand en de
Shan van Birma en praktiseren het Theravada Boeddhisme naast oude animistische rituelen.
Ze bevolken de laagstgelegen gebieden in Laos, meestal gebieden die uitermate geschikt
zijn voor landbouw, zoals rivierdalen. Ze zijn de grootste bevolkingsgroep in het land,
en maken ruim de helft van de totale bevolking uit. Hun cultuur is dan ook de meest
dominante in Laos, ook doordat ze op politiek vlak de dienst uitmaken. Ze beschouwen
zich als de elite en hun taal is de officiële taal. Hun heilige dagen zijn de officiële
feestdagen. De Tai Leu uit het noordwesten, de Phuan uit het noordoosten en de Phu Tai
uit het centrale zuiden zijn verwant aan de Lao Loum. Deze groepen zijn tegenwoordig bijna
volledig geassimileerd in de cultuur van de Lao Loum. Andere aan de Lao Loum verwante
Tai-groepen zijn de zogeheten 'tribal Tai', die grotendeels animistisch zijn gebleven.
Dit zijn onder andere de Tai Daeng (Rode Tai), de Tai Khao (Witte Tai) en de Tai Dam (Zwarte Tai).
- De Lao Theung of Mon–Khmer groepen: De Khamu uit noord-Laos zijn de meest grote
Mon-Khmer groep, maar ook een van de meest geassimileerde. Een andere Mon-Khmer
groep is de Htin. De Htin leven voornamelijk in de noordelijke provincie Xainyabouli.
Bijzonder aan de Htin is dat hun cultuur het hen niet toestaat metaal te gebruiken.
Hierdoor zijn ze dan ook meesters in het gebruik van bamboe. Vooral bijzonder zijn
de manden en visfuiken van de Htin. Verder heb je nog de Laven, deze wonen al
eeuwenlang op het Boloven-plateau in Zuid-Laos. Hoewel ze er al langer wonen dan
de Lao zijn ze qua gebruiken al grotendeels opgegaan in de cultuur van Zuid-Laos.
De Bru is een andere minderheid in het zuiden van Laos die de Mon-Khmer taal spreekt.
Ze wonen voornamelijk in het gebied rond Savannakhet en Salavan. De Bru staan bekend
om hun geraffineerde dierenvallen. De Gie-Trieng zijn meesters in het mandenweven en
de Nge staan bekend om hun textiel met gestyleerde jachtvliegtuigen en bommen.
- De Lao Soung (letterlijk ‘hoge Lao’) of Hooglandgroepen: Deze groep bestaat uit de Hmong,
de Mien, de Lahu en de Ikho (Akha). Deze minderheden bevolken uitsluitend hoger gelegen
gebieden en zijn oorspronkelijk afkomstig uit China, waarvandaan ze aan het begin van de
19de eeuw vertrokken zijn.
De Hmong is de grootste Lao Sung minderheid. Hun aantal wordt geschat op 200.000.
De verschillende Hmong-volken zijn genoemd naar de kleur van hun kleding, zoals de Witte,
de Rode, Zwarte en Gestreepte Hmong. Ze leven vooral van de landbouw en hebben veelal nog
een ruileconomie. De verbouw van opium is nog altijd een belangrijke inkomstenbron. De
Hmong gebruiken het door westerse missionarissen geïntroduceerde Romaanse schrift.
Hmong-vrouwen staan bekend om hun prachtige kleurrijke handwerk en het zilverwerk van de
Hmong is een felbegeerd souvenir.
Vanwege vervolging in China vestigden de Hmong zich onder andere in Laos,
waar ze tot de komst van de Fransen in relatieve vrijheid leefden. De Franse
belastingmaatregelen leidden tot een aantal bloedige opstanden van de Hmong.
Uiteindelijk kwam er op het politieke vlak een scheiding tussen de Hmong. Een
deel was Fransgezind, terwijl andere Hmong zich aansloten bij de communistische
beweging in Laos. De laatste werd een onafhankelijke staat beloofd indien de
communisten zouden zegevieren. Nadat de Fransen verslagen waren rekruteerde de
CIA de Hmong die zich voorheen aan de Franse zijde hadden geschaard. Ze vormden
een geheim leger dat vocht tegen de communisten. Na de communistische overwinning
werd de belofte van een onafhankelijke staat snel vergeten. Sterker nog, de Hmong
werden vervolgd en tienduizenden zochten toevlucht in vluchtelingenkampen in Thailand.
Van daaruit emigreerden ze naar de Verenigde Staten en Frankrijk.
De Mien, ook vaak Yao genoemd, zijn aanhangers van het Taoïsme. Net als de
Hmong komen zij oorspronkelijk uit het berggebied van China en verbouwen ze nog altijd
opium dat ze ruilen voor zout en andere levensbehoeften. Geschat wordt dat de helft van
de Mien na de communistische overwinning Laos ontvlucht zijn. Mien vrouwen zijn duidelijk
herkenbaar aan de vuurrode boa die ze op hun lange jassen dragen en aan hun prachtige
geborduurde mutsen. Op de houten huizen van de Mien zie je vaak tekens uit het Chinese schrift.
De Ikho, ook vaak Akha genoemd, spreken een Birmees-Tibetaanse taal. In
het midden
van de 19de eeuw zijn ze vanuit China naar het zuiden getrokken. In Laos kom je ze vooral
in de provincies Phongsali en Luang Namtha tegen. De Ikho zijn animisten en wenden zich
tot de shamaan in geval van ziekte, misoogst en andere problemen. Ze gebruiken opium als
pijnstillers. Hun dorpen zijn gemakkelijk herkenbaar aan de zogenaamde geestespoort waar
vanaf bamboesterren hangen die boze geesten moeten buiten houden. Als je er onderdoor
loopt, moet je minstens één huis binnentreden. Als je de poort aanraakt, moeten de
dorpelingen een reeks zuiveringsrituelen verrichten, wat het leven in het dorp behoorlijk
ontwricht. Afblijven dus ! De vrouwen zijn gemakkelijk herkenbaar aan hun met applicatiewerk
versierde kledij en hun hoofddeksel. De indrukwekkende hoofddeksels bestaan uit twee delen,
waarvan het onderste deel zelfs tijdens het slapen wordt opgehouden. Het bovenste
conische stuk is behangen is met rijen zilveren ballen, pluimen en munten uit het
oude Indo-china. De Ikho hoofddeksels zijn een veel verkocht souvenir in Laos en
naburige landen.
De Lahu leven in het noordwesten van Laos, maar ook in delen van Thailand en
Birma. De Lahu Na, de Zwarte Lahu, is een groep binnen de Lahu die vooral vermaard
is om haar jachtmethoden. In het verleden gebruikten de Lahu Na kruisbogen, maar
tegenwoordig maken ze zelf geweren waarmee ze op vogels en knaagdieren jagen.
Cultuur: |

|
Veel van de kunstuitingen in Laos zijn sterk beïnvloed door het
boeddhisme. In de architectuur uit dit zich in de kloosters en tempels,
die echter eenvoudiger aandoen dan die in Thailand. Ook in de
beeldhouwkunst is Boeddha vaak het centrale thema. Laos kent een eigen
traditie wat betreft muziek en dans. Bij feestelijke gelegenheden wordt
er traditionele muziek gemaakt en wordt er gedanst. Elke bevolkingsgroep
heeft hierin haar eigen achtergronden. Een veel voorkomend
muziekinstrument is de dubbele bamboefluit.
Klimaat: |

|
Laos heeft een tropisch moessonklimaat, met noordoostelijke winden
van november tot april, de droge tijd, en de Aziatische zuidwestmoesson
van mei tot oktober, het regenseizoen. Het kan er ruim boven de dertig
graden Celsius zijn, maar ook flink regenen. De klimatologische
verschillen in het land zijn te verklaren door de hoogteverschillen. In
het tropische laagland valt gemiddeld 1250 mm regen per jaar; in
noordelijke berggebieden meer dan 3000 mm per jaar. Maart en april zijn
de warmste maanden met landelijke gemiddelden van boven de 30°C, terwijl
het in de Mekong-vallei dan gemakkelijk tot boven de 35°C kan oplopen.
In de hogere berggebieden kan de temperatuur in de maanden december en
januari tot onder het vriespunt dalen.
Natuur: |

|
Meer dan de helft van Laos is bedekt met subtropische wouden. Vanwege
economische motieven wordt er jaarlijks ca. 300.000 ha bos gekapt. Teak
en ander hardhout zijn de meest gevraagde houtsoorten, evenals Aziatisch
rozenhout. Mango's en citrusvruchten worden in grote hoeveelheden
verbouwd. In het noorden treft men wouden aan die enigszins lijken op
Europese woudtypen. In de drogere gebieden van Midden- en Zuid-Laos
komen Dipterocarpus-wouden voor, en in de provincie Sayaboury, aan de
grens met Thailand, waardevolle djatiwouden. Van boven af gezien is het
oerwoud bijna ononderbroken. Her en der steken daar nog wat grotere
bomen bovenuit, waaronder de tapang, die tot 75 meter hoog kan worden.
In het regenwoud groeien verder nog kokospalm, betelpalm en haagbeuk.
Ca. 25% van de oppervlakte van het land is bedekt met savannen, grasland
en moerassen. Bekendste plant van Laos is uiteraard de papaver, waaruit
op grote schaal opium wordt gewonnen. De opium wordt gewonnen uit het
melksap dat zich in de zaadbol van de papaver bevindt. Laos telt zeer
veel bamboesoorten, op China en Thailand na, de meeste ter wereld.
Over het algemeen is de Zuidoost-Aziatische dierenwereld nog zeer
onvolledig bekend, en dat geldt ook voor Laos. Zo ontdekte men enkele
jaren geleden de
spitshoorn, een kleine reeachtige, en verder een klein
soort wrattenzwijn, een tweehoornige neushoorn, diverse soorten ratten,
de Annamese haas en een nieuwe eekhoornsoort. Jacht, dierenhandel en
stroperij hebben ertoe geleid dat vele soorten in hun voortbestaan
bedreigd worden. Kaalslag van het woud is echter de grootste bedreiging.
In Laos leven op dit moment nog slecht een stuk of 500 wilde Indische
olifanten. Dat is niet veel als men bedenkt dat Laos eens bekend stond
als Lane Xang, ‘land van één miljoen olifanten’. Verder leven er nog
allerlei grote zoogdieren in de oerbossen van Laos, zoals tijgers,
luipaarden, beren (Aziatische zwarte beer), wilde katten, wilde honden,
gibbons, kleine panda, Maleisische tapir, plompe lori, antilopen,
gemzen, herten en in het zuiden zoetwaterdolfijnen. Verder valt het
grote aantal soorten vleermuizen op, 69 verschillende soorten. Ook komen
er 16 soorten eekhoorns voor, waarvan er verschillende met uitsterven
bedreigd worden. Het grootste zoogdier na de olifant is de gaur, een in
het wild levend rund dat meer dan 1000 kilo weegt en daarmee het
grootste rund ter wereld is. De zeer bedreigde kouprey is een pas in
1937 ontdekte rundersoort, vermoedelijk verwant aan de gaur en de
banteng. Dit wilde rund bewoont in kleine kudden een zeer beperkt gebied
in Noordoost-Cambodja, Zuid-Laos en West-Vietnam, aan beide zijden van
de Mekong-rivier. De goral is een soort geit-antilope. Bijzonder is de
colugo, een grijsgroene lemurensoort. De colugo kan glijvluchten van
meer dan 60 meter maken. De kleine Aziatische linsang behoort tot de
familie der genetachtigen.
Bij de reptielen valt het grote aantal hagedissoorten op en verder veel
slangen, waaronder een aantal giftige. Netpython, met negen meter de
grootste slang ter wereld, vliegende slang, cobra, koningscobra,
Maleisische adder, groene adder en gestreepte krait. Sinds 1996 is het
verboden om op de zeewolf of ‘pha beuk’ te vangen. Met een lengte tot
drie meter en een gewicht van 400 kilogram is het een van de grootste
zoetwatervissen ter wereld en komt alleen voor in de Mekong-rivier in
Laos. In Laos leven ongeveer 450 soorten vogels, waarvan enkele
tientallen soorten met uitsterven worden bedreigd. Een willekeurige
keuze: drongo, nachtegaal, timalia, neushoornvogel, buulbuul, Siamese
vuurrugfazant, groene pauw, reuzenibis, Saruskraanvogel,
geelbuik-bayawever, geelpootvisuil, de bijna uitgestorven
roodkraagspecht. |
|

|
|