Geografie:
Het koninkrijk Marokko (in het Arabisch wordt Marokko Maghreb genoemt) heeft een oppervlakte van 453.730 km2 en is daarmee
bijna 11x zo groot als Nederland en ligt in het uiterste noordwesten van Afrika. Deze oppervlakte is exclusief
de Westelijke Sahara. Dat gebied wordt sinds 1979 door Marokko bestuurd, maar de bevolking van de Westelijke Sahara strijdt
voor onafhankelijkheid. De hoofdstad is Rabat en even ten zuiden van Rabat ligt Casablanca, het commerciële
centrum en de grootste stad van Marokko. Het land grenst in het oosten aan Algerije en aan de westelijke Sahara in het zuiden voor de rest
is het land omgeven door de Middellandse zee in het noorden en de Atlantische Oceaan in het westen. In het noorden, aan de
kust van de Middellandse Zee, liggen twee Spaanse enclaves: Ceuta en Melilla. Die zijn een overblijfsel uit de koloniale
tijd. De hoofdstad van Marokko is Rabat. Andere belangrijke steden zijn Casablanca, Fez, Marrakesh, Agadir en Tanger.
Het land wordt gedomineerd door bergen maar is landschappelijk een land van uitersten: van besneeuwde bergtoppen in
het noorden tot droge woestijnen in het zuiden. Marokko kent twee belangrijke gebergtes:
- In het noorden, aan de middellandse Zee, ligt het Rifgebergte dat van west naar oost loopt. Dit gebergte reist
op uit zee en is 2200 meter hoog. Het hoogste punt hier is de Jebel Tidirhine met een hoogte van 2456 meter.
- Dwars door Marokko loopt het Atlas-gebergte, van het zuidwesten naar het noordoosten, tot in Tunesië. Dit gebergte
bestaat uit drie ketens: de Moyen-Atlas, de Haut-Atlas en de Anti-Atlas. De Moyen-Atlas is drieduizend meter hoog. De
Haut-Atlas bereikt hoogtes tot vierduizend meter. In dit gebied bevindt zich de Jebel Toubkal . Deze is 4156 meter hoog
en daarmee het hoogste punt van Marokko. Het Haut-Atlas gebergte heeft een aantal vulkanen die nog voor een deel actief
zijn. Dit uit zich in de aardbevingen rondom het gebergte.
Ten zuiden en ten oosten van het Atlasgebergte begint de Sahara woestijn. Voor het grootste deel bestaat dit gebied
uit rots- en zandvlakten. Langs de rivierdalen bevinden zich oasen. Marokko kent een aantal belangrijke rivieren.
In het noordwesten stromen de Oued Sebou en de Oued Oum er Rbia . Deze laatste is de langste rivier van Marokko en
heeft een lengte van 555 kilometer.
Historie: |

|
De geschiedenis van Marokko gaat terug tot ver voor het neolithicum dat
toen werd bewoond door rondtrekkende (Berber)volken. Het eerste feit
dat bekend is betreffende de bewoning van het gebied van het huidige
Marokko is de stichting van handelsposten aan de kust door de Feniciërs
zo rond 1200 v. Chr. Daarna waren het, tot de val van Carthago in 146
v. Chr., de Carthagers die er handelsfactorijen hebben gesticht. Hierna
kwam het gebied onder Romeins bestuur. Het gebied was rond die tijd
bekend onder de naam Mauretania (genoemd naar Mauri of Moren). Na de
val van het Romeinse rijk werd het gebied lange tijd geregeerd door
lokale dynastieën tot dat de Vandalen (in 429 n. Chr.) het land
veroverde. Het Byzantijnse Rijk probeerde in 533 n. Chr. het gebied
onder controle te krijgen maar kon alleen de stad Ceuta enige tijd in
haar macht houden. In 682 n. Chr. veroverde het Arabische Rijk het land
en werd de islam geïntroduceerd. Vanaf die tijd regeerde zowel
Arabische als Berberdynastieën over Marokko. Bekende dynastieën waren
die van de Almoraviden (1056–1147 n. Chr.), de Almohaden (1147–1269 n.
Chr.) en de Meriniden (1196-1549 n. Chr.). Onder de twee eerste
dynastieën kwam Marokko tot grote bloei en werd Spanje tot 2 keer toe
veroverd. Nadat de Almohaden in 1269 n. Chr. definitief ten val waren
gekomen werd Spanje prijsgegeven aan de christelijke Reconquista. De
Portugezen veroverden Ceuta in 1415 n. Chr. en de Spanjaarden in 1496
n. Chr. Melilla. In 1549 n. Chr. werd de macht van de Mariniden
overgenomen door de machtige Sa’adi-sjarifen (een sjarif is een
afstammeling van de profeet Mohammed). Zij wisten in 1578 bij Kasr
al-Kabir de Portugezen een beslissende nederlaag toe te brengen. De
bekendste vorst van deze dynastie, Ahmad al-Mansoer (1578–1603),
verzette zich met succes tegen de Turken, die Algerije en Tunesië al in
hun macht hadden. Omstreeks 1650 kwam er een nieuw sjarifenhuis aan het
bewind in Marokko, nl. de Filaliërs of Alawieten van Tafilalet, van wie
Mawlai Isma’il al-Samin (1672–1727) het gezag van de sjarifen in heel
Marokko herstelde. Na hem geraakte het rijk echter door troontwisten en
opstanden weer steeds meer in verval; niettemin hebben de
Filali-sjarifen zich tot op heden als monarchen weten te handhaven. Nadat de
Fransen Algerije in 1830 veroverde steunden de Marokkanen
de Algerijnse opstandelingenleider Abd el-Kader, wat tot een oorlog met
Frankrijk leidde. Na de vrede van Tanger was het een tijdlang relatief
rustig. Tijdens de internationale conferentie van Madrid in 1880 n. Chr.
werd de staatsrechtelijke positie van Marokko geregeld en garandeerde de
verschillende mogendheden Marokko haar onafhankelijkheid. Begin
twintigste eeuw sloot Frankrijk met Groot-Brittannië en Spanje
overeenkomsten over Marokko. Hierbij werd Marokko verdeeld in een
internationale zone Tanger, een Franse invloedssfeer en een Spaanse
invloedssfeer; dit ook naar aanleiding van het Panther-incident in 1911,
toen Duitsland in de haven van Agadir met een kanonneerboot gewapende
steun aan de sultan toezegde, in ruil voor de status van Duits
protectoraat voor Marokko. Maar na een onderhandeling tussen de Fransen
en de Duitsers erkende Duitsland toch het Franse protectoraat. De eerste
presidentgeneraal in het protectoraat Marokko was generaal Lyautey.
In 1905 n. Chr. ontstond de eerste Marokko-crisis (1905) en bezette
Frankrijk, ondanks verzet van de overige mogendheden, toch een gedeelte
van het land. In 1908 werd de heersende sjarif, sultan Abd al-Aziz,
onttroond door zijn broer Mawlai Hafid die kort hierna ook met zijn
landgenoten in conflict kwam waarna in 1911 n. Chr. de tweede
Marokko-crisis uitbrak. Het resultaat van de hierop volgende
onderhandelingen was dat Duitsland het Frans protectoraat over Marokko
erkende en Mawlai Hafid aftrad als sultan. Zijn opvolger, Mawlai
Joesoef, sloot de protectoraatverdragen van 30 maart en 27 november 1912
met Frankrijk en Spanje. De overeenkomst van 1904 werd herzien: Spanje
behield in Marokko de enclaves Ceuta en Melilla in het noorden en de
enclave Santa Cruz de Mar Pequeña (thans Ifni) in het zuiden wel, maar
in verkleinde vorm. In de jaren twintig leidde Abd el-Krim een volksopstand van Berbers
gericht tegen zowel de koloniale machten als tegen de onderdanige
Marokkaanse machthebbers. De opstand werd met een vereend Frans-Spaans
optreden in 1926 n. Chr. neergeslagen. Nadat de Fransen in 1932 n. Chr.
erin slaagde de oase Tafilalet te bezetten werd in 1934 n. Chr. geheel
Marokko onder Frans gezag geplaatst. Omstreeks die tijd uitten zich de
eerste nationalistische gevoelens wat resulteerde in de oprichting van
de Action Marocaine, met Allal al-Fasi als een van de voornaamste
pleitbezorgers. Deze partij kwam met een uitvoerig programma van
hervormingen, maar eiste niet direct de afschaffing van het
protectoraat. De Action Marocaine werd in 1937 opgeheven en in 1939
sloot Marokko zich aan bij Frankrijk waarna het zich in 1942 aansloot
bij de beweging van de Vrije Fransen van generaal De Gaulle. De
nationalisten richtten in 1943 de Verenigde Onafhankelijkheidspartij
(Istiqlal) op (weer met al-Fasi als een van de voormannen), die nu wel
de volledige onafhankelijkheid voor Marokko eiste, met een
constitutionele vorm van regering onder sultan Mohammed ibn Joesoef, die
het nationalisme steunde. In 1944 werd de PDI opgericht, een tweede
onafhankelijkheidspartij die zich meer op het Westen richtte. De
Istiqlal, die in de steden veel aanhang had kon op het platteland op
weinig steun rekenen van de conservatieve Marokkaanse groepen die zich
geschaard hadden rond Thami al-Glawi, de pasja van Marrakech. In
augustus 1953 ging sultan Mohammed Ibn Joesoef in ballingschap,
toegevend aan de steeds groter wordende druk van de groep onder leiding
van al-Glawi. Mohammed ibn Arafa werd daarop als sultan door Frankrijk
naar voren geschoven.
Op 5 november 1955 keerde Mohammed Ibn Joesoef, na een periode van fel
gewapend verzet van de Marokkanen terug als koning van Marokko. Ibn
Arafa had de situatie niet meer in de hand kunnen houden en vluchtte
naar Tanger. Op 2 maart 1956 werd Marokko onafhankelijk van Frankrijk.
Later werden aparte verdragen met Spanje gesloten waardoor de
Spanjaarden vrijwel gelijktijdig met Frankrijk Marokko's
onafhankelijkheid erkenden. Maar de Spanjaarden hielden zowel de
noordelijke enclaves (Ceuta en Melilla), de zuidelijke enclave (Ifni) en
de Westelijke Sahara onder hun macht. Op 12 november 1956 werd Marokko
lid van de Verenigde Naties en op 1 oktober 1958 lid van de Arabische
Liga. Op 3 maart 1961 overleed Koning Mohammed V waarna zijn zoon Hassan
II op de troon kwam. In 1963 braken de eerste grensconflicten met
Algerije uit. Dit werd de "Zanden Oorlog" genoemd. In februari 1964 werd
het conflict geregeld en werd er een gedemilitariseerde zone ingesteld.
In december 1964 bracht Hassan II 1964 een bezoek aan Tunesië om de
banden tussen beide landen te verbeteren die ernstig waren verstoord
toen Tunesië in 1960 de onafhankelijkheid van Mauritanië erkende.
In december 1965 werd door de Verenigde Naties een resolutie
aangenomen waarbij Spanje werd opgeroepen Sidi Ifni en de Westelijke
Sahara te dekoloniseren. Op 30 juni 1969 besloot Spanje alleen Ifni aan
Marokko over te dragen, terwijl de Westelijke Sahara in Spaanse handen
bleef. In januari 1970 erkende Marokko Mauritanië en in juni 1970 werd
er al een samenwerkingsovereenkomst tussen beide landen getekend. Na een
mislukte staatsgreep in juli 1971 delegeerde Hassan II alle burgerlijke
en militaire bevoegdheden aan generaal Mohammed Oufkir. Op 16 augustus
1972 deden officieren van de luchtmacht onder leiding van generaal
Oufkir een mislukte greep naar de macht. De mislukte staatsgreep werd
gevolgd door ingrijpende zuiveringen in de legertop en de daders werden
allemaal geëxecuteerd. In 1972 werd na een referendum Marokko tot
constitutionele monarchie gemaakt. Ten aanzien van het door Marokko betwiste Spaans Sahara werd op 14
november 1975 een akkoord bereikt. Volgens de bepalingen van het akkoord
ontruimde Spanje het gebied vóór 28 februari 1976, waarna het werd
verdeeld tussen Mauritanië en Marokko waarbij aan Marokko het grootste
deel van het gebied langs de Atlantische kust en de fosfaatgebieden bij
Bu Cra werden toegewezen. Het voor een zelfstandige Sahara republiek
strijdende Polisario begon toen een guerrilla tegen zowel Marokko als
Mauritanië, daarin gesteund door Algerije. Nadat Mauritanië in augustus
1979 een akkoord sloot met Polisario om het gebied te ontruimen trokken
hierop Marokkaanse troepen dit deel van het gebied binnen en het werd
als de veertigste provincie bij Marokko ingelijfd. Doordat veel landen
de door Polisario uitgeroepen Democratische Arabische Republiek Sahara (DARS)
erkende leidde dit tot een breuk binnen de Organisatie van Afrikaanse
Eenheid. Marokko verbrak de banden met de staten die tot erkenning van
de DARS overgingen. Er werden door Marokko grote verdedigingswallen
opgericht om Polisario strijders buiten de mijnbouwgebieden te houden.
Een VN-vredesplan uit augustus 1988 voorzag in een bestand en een
referendum. Op basis hiervan trad Marokko in overleg met Polisario. Er
werd besloten tot een door de VN gesponsord referendum dat in 1992 zou
worden georganiseerd. Onenigheid over de definitie van stemgerechtigden
leidde tot een jaarlijks ritueel van uitstel van het referendum waardoor
het gebied nog steeds voor een groot deel onder Marokkaanse controle
staat.
In 1999 werd Hassan II opgevolgd door zijn zoon Mohammed VI nadat Hassan
II op 23 juli 1999 overleed aan de gevolgen van een hartaanval. Mohammad
VI probeert het land sinds die tijd gematigd te moderniseren. Ook zijn
na de komst van de nieuwe koning enkele vooraanstaande dissidenten
teruggekomen en werd de positie van de vrouw ook flink verbeterd.
Bevolking: |

|
Marokko heeft volgens de laatste schatting uit
2006 naar schatting 33 miljoen relatieve jonge inwoners (50% is onder
de 20 jaar). De meeste mensen wonen ten westen van de Atlas; aan de
oostkant begint de Sahara-woestijn. Ongeveer driekwart van de huidige
Marokkanen is van Berberse afkomst ongeveer 36% daarvan bestaat uit
Berber(volken) en 40% is gearabiseerd
Berber). In Marokko leven ongeveer driehonderd verschillende
Berberstammen. Iedere Berberstam heeft zijn eigen tradities en taal. De
stammen zijn grofweg in te delen in drie hoofdgroepen:
- de Rifkabylen die in het Rifgebergte leven.
- de Schloeh leven in het westelijk deel van de
Haut-Atlas en in de Anti-Atlas. Beide eerste groepen zijn voornamelijk
landbewoners en veehouders.
- de Beraber leven in het Moyen-Atlas en in het
oosten van de Haut-Atlas. Veel van de Beraberstammen leven nomadisch.
Mensen van Arabische afkomst vormen de op een na grootste etnische groep (ongeveer
20%) en deze leeft vooral in de steden en op de hoogvlakten van de
Voor-Atlas. Ongeveer 3% van de bevolking in
Marokko is negroïde. Het aantal joden liep tussen 1969 en 1989 terug van
162.000 tot 30.000 en tegenwoordig zijn dit er, volgens schattingen, nog
maar 7.000. De meeste van de ongeveer 100.000 buitenlandse
inwoners van Marokko zijn van Franse (circa 60.000) of Spaanse origine,
waaronder veel leraren en technisch geschoold personeel en daarnaast
steeds meer gepensioneerden, vooral in Marrakesh. De bevolking is niet
geleidelijk over het land verdeeld. In het noordwesten en westen van het land leeft
op ongeveer 10% van het oppervlakte zo’n 2/3 deel van de inwoners. Het
dichtst bevolkt zijn de vruchtbare gebieden aan de kust, het
Seboelaagland (Rharb), de Rif en het westelijk deel van de Meseta (ten
westen van de Midden-Atlas). Vroeger leefde de meeste mensen op het
platteland maar door de urbanisatie groeide de stedelijke bevolking
sterk waardoor tegenwoordig ongeveer 60% van de totale bevolking in
steden leeft terwijl dit in 1960 nog maar 29% was. De grootste steden
zijn: Casablanca (3,5 miljoen inwoners), Marrakech (1,6 miljoen
inwoners) en Rabat met 1,4 miljoen inwoners. Veel Marokkanen gingen vanaf de jaren zestig als gastarbeider werken in het
buitenland. In 2002 leefde er ongeveer 285.000 Marokkanen van de eerste
of tweede generatie in Nederland. Van oudsher heeft de vrouw in Marokko
een dienende rol maar onder invloed van de koers van Mohammed VI nemen
vrouwen (vooral in de moderne steden als Rabat en Casablanca) steeds
meer deel aan het openbare leven. De traditionele rolverdeling veranderd
steeds meer, mede onder invloed van een in 2004 aangenomen wet waarin
het familierecht ingrijpend werd gewijzigd. Zo is de plicht tot
gehoorzaamheid aan de man vervallen en is er nu sprake van wederzijdse
rechten en plichten. Verder is de huwelijksleeftijd van meisjes verhoogd
van 15 naar 18 jaar.
De officiële taal is Arabisch maar eigenlijk heeft Marokko twee
voertalen: Arabisch en Berbers. De Berbertaal (het belangrijkste dialect is
het Tamazight) wordt alleen gesproken en er bestaat geen geschreven versie
van. Daarom is het Arabisch de officiële taal van Marokko. Het standaard
Arabisch wordt op scholen onderwezen en in vrijwel alle schriftelijke en officiële
communicatie gebruikt. De meest gesproken taal is echter een dialect van het Arabisch,
het Marokkaans-Arabisch (Darija). Frans heeft als derde taal een belangrijke
plaats behouden in het openbare leven (vaak de taal van bedrijven, overheid en
diplomaten, maar ook in winkels, restaurants en soms ook in onderlinge gesprekken).
Veel Marokkaanse televisie- en radioprogramma’s zijn ook nog in het Frans.
Spaans wordt maar in een klein gedeelte van Marokko gesproken. Dit is in het noorden
(het voormalige Spaans Marokko) waar Spaans nog als tweede taal wordt gehoord.
Voor veruit het grootste deel van de Marokkaanse bevolking is de islam
de belangrijkste godsdienst. Ongeveer 97 procent van de bevolking van
Marokko hangt dit geloof aan. Marokko is hiermee een van de meeste
overtuigd islamitische landen ter wereld. Het is in heel Marokko goed te
merken dat de islam een belangrijke rol speelt in het leven van de
mensen. Eigenlijk zijn alle gewoontes en tradities afgestemd op de
islam. Dit is in het dagelijks doen en laten goed te merken Zo klinkt
bijvoorbeeld vijfmaal daags het gebed uit moskeeën die ruimschoots
verspreid zijn over heel Marokko, wordt er vooral in de kleinere
plaatsen weinig alcohol geschonken en ziet u zelden verliefde stelletjes
op straat.
Cultuur: |

|
Op het gebied van cultuur kent Marokko een grote verscheidenheid.
Muziek en dans (vooral het buikdansen is een bekend fenomeen) zijn veel
uitgevoerde kunstuitingen in Marokko. Maar het land kent ook een groot
aantal romanschrijvers, dichters, toneelschrijvers, essayisten en
journalisten. Andere Marokkaanse kunsten zijn: het met de hand
beschilderen van aardewerk,
wandkleden knopen en handgemaakte sieraden.
Deze zijn vaak van zilver. Verder tref je met name in de steden Marrakech en Fès veel architectuur aan in de Marokkaanse stijl. Marokko
kent verschillende culturele hoogtepunt die opgenomen zijn op de
werelderfgoed van Unesco. Hieronder zijn verschillende Medina’s (Fèz,
Marrakesh, Meknes, Tétouan en Essaouira en verder de Ksar van
AitBenHaddou de De Romeinse opgravingen van Volubilis, het plein (Djemaa
el Fna) in Marrakesh en de Portugese stad Mazagan.
De Marokkaanse keuken wordt als een van de meest gevarieerde keukens ter
wereld beschouwd. De reden hiervoor is de eeuwenlange overheersing van
Marokko door andere volkeren. De keuken is een mengeling van invloeden
uit de Arabische, Berberse, Spaanse, Franse, Afrikaanse, Joodse en
Turkse keukens. Al deze keukens hebben in meer of mindere mate
bijgedragen aan de diversiteit van de Marokkaanse keuken. Daarnaast werd
deze verder verfijnd door de koks in de koninklijke keukens in de
Marokkaanse koningssteden. Kruiden worden op grote schaal in het
Marokkaanse eten gebruikt. Ondanks dat Marokko al duizenden jaren
kruiden importeert, komen vele ingrediënten uit Marokko zelf.
Belangrijke kruiden zijn kaneel, komijn, peper, gember, saffraan en
kurkuma. Couscous is de bekendste Marokkaanse maaltijd en wordt
traditioneel met de hele familie genuttigd na het vrijdagse
moskeebezoek. Andere belangrijke gerechten zijn tajine, pastila (hartige
taart met kip) en harira (soep). De populairste drank is groene thee met
munt.
Klimaat: |

|
Het klimaat in Marokko is erg gevarieerd. Door de grote verschillen
in de landschappen is ook het klimaat per regio anders. Zo kent men in
Marokko onder andere een woestijn-, een Middellandse Zee- en een
steppeklimaat. In de noordelijke kustvlakten van Marokko heerst een
Middellandse-Zeeklimaat maar naar het binnenland neemt de invloed van
het continent toe. Het berggebied heeft ruwe winters en matig warme. In
het zuiden van Marokko heb je hete zomers. Het Atlasgebergte zorgt er
voor dat aan de loefzijde van het gebergte veel neerslag voorkomt met
vooral in de winter veel regen (800–1000 mm). Hierdoor ontstaan
vruchtbare gebieden die gebruikt kunnen worden door de akkerbouw en de
veeteelt. Het tegenovergestelde geldt voor de lijzijde met weinig regen
(minder dan 200 mm) in het oosten en zuidoosten.
Ook de verschillen in temperatuur zijn groot. Langs de westkust is het
gemiddeld vijf tot acht graden kouder dan in de hoogvlakten aan de voet
van de gebergten. De gemiddelde temperatuur is twaalf graden Celsius in
de winter. In de zomer is het gemiddeld vijfentwintig graden Celsius.
Doordat Marokko langs de noordelijke kust een Middellandse Zeeklimaat
kent, is dit gebied het populairst bij toeristen. Ook in de winter kan
men hier met een gerust hart op vakantie gaan, want zelfs dan zal het
kwik niet verder dalen dan 18C . Ook het westen van Marokko is warm, dit
grenst voor een groot deel aan de Sahara en het woestijnklimaat dat dit
meebrengt zorgt het hele jaar door voor hoge temperaturen. Dit klimaat
kent koele, vochtige winters en warme, droge zomers. De winters in de
berggebieden kunnen wel erg koud en lang zijn.
Natuur: |

|
De grote wisselingen in klimaat en landschappen in Marokko hebben ook
z’n weerslag op de Flora en Fauna. Het noorden heeft een typisch
mediterrane plantengroei, met o.a. kurkeiken
maar naar het zuidwesten
toe krijgt de vegetatie een meer tropisch Afrikaans aanzien door het
voorkomen van cactusachtige soorten als de Euphorbia en Acacia. In het
gebergte overheerst op de hoogvlakten het esparto gras en op de
hellingen zijn nog bosrestanten over terwijl er boven de 2000 meter een
alpine vegetatie overheerst. Zoals in zoveel landen is ook in Marokko
van de oorspronkelijke vegetatie door o.a. ontbossing weinig meer over.
Ook de dierenwereld van Marokko heeft sterk te leiden gehad onder de menselijke
aanwezigheid. Veel diersoorten zijn tegenwoordig uitgestorven
(Atlasleeuw, Noord-Afrikaanse hartenbeest en het Atlashert) of worden
sterk bedreigd zoals enkele gazellen soorten, de panter, lynx, hyena en
het jachtluipaard. Ook de Magot (enige aap die er voorkomt) is zeldzaam
geworden. Om een aantal van deze diersoorten te beschermen zijn er drie
natuurreservaten in Marokko. De huidige dieren wereld bestaat
voornamelijk uit veel steenschapen een aantal gazellensoorten,
genekatten en vossen. Doordat Marokko vaak gebruikt wordt als tussenstop
door vogels op hun trek naar het zuiden (en weer terug) is het vogel
aanbod erg wisselend. De belangrijkste soorten zijn de ooievaar, de
kaalkopibis en een aantal roofvogels.
|