Jordanie Informatie
Geografie Historie Bevolking Cultuur Klimaat Natuur
Wereldbol Index Jordanië
Wereldbol Kaart Jordanië
Wereldbol Reisverslag Jordanië
Wereldbol Fotoalbum Jordanië
Wereldbol Links
Jordanië is een uitgestrekt land waarbij het grootste deel van het oppervlak bestaat uit woestijn. Dit moet je niet weerhouden dit mooie land eens te bezoeken want Jordanië heeft een paar schitterende hoogtepunten die het bezoeken meer dan waard zijn. De hier door mij gegeven informatie moet je zien als algemene informatie over China. Deze kun je gebruiken als achtergrond informatie mocht je China (ooit) gaan bezoeken.

Geografie:

Het Hasjemitische koninkrijk Jordanië (officieel: Al-Mamlakah al-Oerdoennijjah al-Hasji-mijjah) ligt in het Midden Oosten en is ruim 90000 km² groot en is daarmee ongeveer 2x zo groot als Nederland. De hoofdstad Amman is met ongeveer 1,4 inwoners (op een totaal van rond de 6 miljoen inwoners) de grootste stad van het land. Andere steden zijn Aqaba, Al-Karak, Az-Zarqa, Irbid, Ma'an en Jerash. Jordanië ligt te midden van Israël, de Westelijke Jordaanoever, Syrië, Irak en Saoedi-Arabië en ten oosten van de rivier de Jordaan waar het land ook zijn naam aan te danken heeft. Jordanië is van noord naar zuid ongeveer 380 kilometer lang en op z’n breedst ongeveer 400 kilometer. In het zuiden heeft Jordanië een kleine kuststrook van 26 km aan de Golf van Aqaba en dit is hiermee ook de enige open verbinding naar zee en daarmee met de rest van de wereld.
Geologisch gezien ligt Jordanië op het kruispunt waar de grote continenten Eurazië, Afrika en Indië samenkomen. Het land is te verdelen in drie landschappen: de Jordaan-vallei, het mediterrane heuvelland in het westen, en het Oost-Jordaanse woestijnplateau, dat zich uitstrekt tot in Syrië en Saoedi-Arabië. Het totale landoppervlak van Jordanië bestaat voor 90% uit woestijn.

  • 1. De Jordaan-vallei is ontstaan door tektonische bewegingen in de aardkorst en vormt de noordelijke uitloper van de breuklijn tussen de Afrikaanse en de Arabische aardschollen. Aan beide kanten van het dal lopen de berghellingen steil omhoog. De vallei is in het westen het laagst gelegen dal op aarde met hierin het meer van Tiberias (-210 meter onder de waterspiegel) en de Dode Zee (met -410 meter het laagste punt op aarde). De Dode Zee is in feit een meer en heeft een zeer hoog zoutgehalte van meer dan 30% doordat er via de Jordaan alleen water in stroomt. Hier eenmaal aangekomen kan het nergens heen en kan het alleen verdampen daar bij zouten achterlatend. De breedte van de Dode Zee varieert van 5 tot 16 kilometer, de lengte is 75 kilometer. De diepte varieert van 400 meter in het noorden tot 5 meter in het zuiden. Dit is aan verandering onderhevig omdat de waterspiegel zakt, onder andere door de grote verdamping en door het onttrekken van water voor de irrigatie. Ten zuiden van de Dode Zee zet het breukdal zich voort in de zeer droge Wadi Araba waar ter hoogte van Ash-Shawbak het zeeniveau weer wordt bereikt.
  • 2. Het heuvelland in het westen is in feite een plateau dat op vele plaatsen is doorsneden door diep ingesleten dalen. Hierdoor lopen wadi’s (rivierbeddingen) naar de Jordaan en de Wadi Araba. In deze vruchtbare gebieden leefden/leven overwegend boeren. In het zuiden ligt de Jabal Ram met 1754 meter de hoogste top van Jordanië.
  • 3.· Het grootste gedeelte van Jordanië ligt ten oosten van het heuvelland. Hier ligt het zeer uitgestrekte Oost-Jordaanse woestijnplateau met een gemiddelde hoogte van tussen de 500-600 meter. In Noord Oost-Jordanië vinden we de Syrische woestijn en in het zuidoosten de woestijnen van het Arabisch Schiereiland. Kenmerkend voor de Jordaanse woestijnen zijn de zwarte lavavelden. Op de vlakten in het oosten leefde, tot voor kort, uitsluitend bedoeïenen. Al-Azraq en Al-Jafr zijn in dit gebied de belangrijkste oases.

Historie:

Naar boven

De eerste bewijzen voor menselijk leven in het gebied dateren van zo’n 10.000 jaar geleden in het stenen tijdperk. Als een van de oudste steden ter wereld werd al rond 6000 jaar v. Chr. Jericho gesticht. Later tijdens het bronzen tijdperk (1950-1200 v. Chr.) was de bevolking vooral nomadisch maar werd de invloed van de farao’s in Egypte steeds groter. Jordanië werd toen een steeds belangrijker knooppunt van handelsroutes. Korte tijd heerste zelfs farao Toethmosis III (1479-1425 v. Chr.) over onder andere het huidige Jordanië, dat toen onderdeel was van het rijk Kanaän, dat verder bestond uit Syrië en Israël. Rond 1230 v. Chr. werden er in Jordanië drie onafhankelijke staten gesticht: Ammon in het noorden, Edom in het zuiden en daar tussen Moab. Deze staten profiteerde volop van de aanwezigheid van handelswegen met het Arabisch schiereiland, zoals de wierookroute naar Jemen. De drie staten floreerde maar ze werden, mede door deze welvaart, regelmatig veroverd door o.a. de Assyriërs (732 v. Chr.), de Babyloniërs (612 v. Chr.) en de Perzen in 539 v. Chr. In 330 v. Chr. werd Jordanië veroverd door Alexander de Grote. Vanaf dat moment ging het erg goed omdat de handel verder opbloeide. Nieuwe steden schoten als paddenstoelen uit de grond verder groeide Zuid-Jordanië uit tot het De Al-Khazneh in Petra. gebied van de Nabateeërs met Petra als hun hoofdstad. Dit rijk groeide in de loop der jaren verder tot Mekka in Arabië en Damascus in Syrië. In 64 n. Chr. namen de Romeinen het heft in handen en er ontstond een belangrijk handelsverbond met de naam Decapolis (een samen gaan van tien steden). Hierna was het in 324 n. Chr. de beurt aan de Byzantijnen om Jordanië te veroveren. De cultuur en economie bloeiden hierdoor nog een keer op. Vanuit Arabië kwam in 636 n. Chr. een moslimleger dat het land, na de slag bij Yarmuk, overnam. Vanaf de 9e eeuw was er een terugval in de welvaart omdat Bagdad op kwam zetten en de handel door de woestijn stilaan werd vervangen door de handel via de Rode Zee.
Ondanks de verovering (in 1516) door de Ottomaanse Turken bleef Jordanië achter gebleven gebied t.o.v. van omliggende landen. Tot het moment dat de Ottomaanse troepen (in 1917 ) in de eerste Wereld Oorlog verslagen werden door de geallieerde troepen was Jordanië van het Ottomaanse Rijk. Na de Eerste Wereldoorlog heeft het huidige Jordanië min of meer zijn huidige vorm kreeg. Al in 1916 riep de emir van Mekka, Sharif Hussein, de Arabische opstand tegen de Turken uit. Samen met zijn zoons Abdallah en Faisal werd er een bedoeïenenleger geformeerd en in 1918 werd met behulp van Britse troepen Damascus (Syrië) bezet. Na de Conferentie van San Remo in februari 1919 werd het hele Midden-Oosten verdeeld tussen de Europese grootmachten. Frankrijk kreeg het mandaat over Syrië en Libanon en Groot-Brittannië het mandaat over Palestina en Irak. Begin 1919 riep het nationalistische Syrische Congres Faisal uit tot koning van Syrië en Abdallah tot koning van Irak, waartoe ook het huidige Jordanië behoorde. De uiteindelijke bedoeling van dit alles was om een grote Arabische staat te stichten.
In 1922 maakt Jordanië kortstondig deel uit van het Britse mandaatgebied Palestina. Maar op 25 mei 1923 werd Abdullah van Jordanië door de Britten de onafhankelijkheid toegezegd en tot Emir van Trans-Jordanië verklaard, onder een voorlopige overeenkomst. Deze overeenkomst hield ook in dat als het Verenigd Koninkrijk Frankrijk kon overhalen Syrië op te geven, Abdullah daar ook Emir zou worden. Op 1 maart 1946 werd het land formeel onafhankelijk; het bleef Trans-Jordanië ('over de Jordaan') heten. Op 22 maart 1946 erkende Groot Brittannië Trans-Jordanië als een onafhankelijk Hashemitisch Koninkrijk.

Sinds er in de Verenigde Naties, in november 1947, besloten werd om Palestina te verdelen is Jordanië omstreden in de Arabische wereld omdat het, in de ogen van de Arabieren, te veel de kant koos van het westen en de “Zionnisten”. Op 15 mei 1948 vielen troepen van het Arab Legion Palestina binnen en annexeerden uiteindelijk de Westelijke Jordaanoever. Het aldus ontstane gebied werd nu officieel Jordanië genoemd. Toekomstige problemen waren echter al in de kiem aanwezig: ca. 450.000 bedoeïenen van Trans-Jordanië werden opeens samengevoegd met ca. 650.000 Palestijnen, die veel beter opgeleid waren en vooral politiek bewuster. Verder kenden de Palestijnen weinig rechten en leefden vrijwel allemaal in vluchtelingenkampen. Op 3 april 1949 tekenden Israël en Trans-Jordanië een bestand en op 24 april 1950 annexeerde het koninkrijk formeel het bezette gebied en veranderde zijn naam in Jordanië. Op 20 juli 1951 werd koning Abdullah I bij het betreden van de Rotskoepel moskee in Jeruzalem door een Palestijn gedood. Ook zijn kleinzoon, de latere koning Hoessein werd door een kogel geraakt, maar overleefde de aanslag. In 1951, gedurende het korte leiderschap (wegens gezondheidsproblemen) van Koning Talal, werd een liberale grondwet ingevoerd. Waarna er vrije verkiezingen werden uitgeschreven. Jordanië werd een constitutionele monarchie. Na een staatsgreep in 1957 ontbond Koning Hoessein (1953-1999) echter het parlement en stuurde het kabinet naar huis. Daarna regeerde hij vrijwel als alleenheerser.
In 1967 werd de Westelijke Jordaanoever door Israël op Jordanië veroverd, en tot bezet gebied gemaakt (alleen Oost-Jeruzalem werd ingelijfd). Zo'n 200.000 Palestijnen vluchtten naar Jordanië onder hen veel Palestijnse strijders. De Palestijnse strijders en Jordaanse regeringstroepen vielen hierna herhaaldelijk de Westelijke Jordaanoever binnen. Israëlische vergeldingsacties en aanvallen op Jordanië ondermijnden de stabiliteit van het land. De situatie in het midden oosten bleef tot op de dag van vandaag onrustig. Vaak was onduidelijk welke partijen welke doelen nastreefde en wie waar de baas was. Ook kwam het geregeld tot binnenlandse conflicten tussen het bedoeïenleger van Hoessein en de verschillende Palestijnse organisaties als de P.L.O. (Palestinian Liberation Organisation) en de Al Fatah. Uiteindelijk kwam Hoessein als overwinnaar uit het strijdgewoel. Toen rees natuurlijk de vraag wie de soevereiniteit bezat over de westelijke Jordaanoever. Tot groot ongenoegen van Hoessein beschouwde de Arabische wereld de P.L.O. als enige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk (Uitgesproken op een Arabische topconferentie in oktober 1974). De P.L.O. kreeg tevens het recht om een nationaal gezag op te zetten op de Westoever en in de Gazastrook. Nadat de koning zich, na fel verzet, bij deze beslissing had moeten neerleggen, zag hij ten gunste van de Palestijnen officieel af van zijn aanspraken op het door Israël bezette gedeelte van de westelijke Jordaanoever. Verder beloofde hij blijvende ondersteuning naar het streven voor herstel van de rechten van de Palestijnen.
Ondanks zijn bezwaren nam Jordanië in 1967 deel aan de Zesdaagse Oorlog tegen Israël. In deze dramatisch verloren oorlog verloor Jordanië de Westoever van de Jordaan en kreeg er bovendien nog eens ongeveer 300.000 Palestijnse vluchtelingen bij. Pas toen Egypte in 1979 vrede sloot met Israël en de P.L.O. zich wat gematigder begon op te stellen werden de stellingen wat duidelijker. Daarom deed Hoessein op 30 juli 1988 officieel afstand van de Westelijke Jordaanoever.
In 1989 voerde Koning Hoessein weer verkiezingen in en gaf hij het parlement en de regering geleidelijk weer meer macht. Vanaf 1992 mocht men weer partijen vormen en in 1993 hield Jordanië, voor het eerst sinds 1956, verkiezingen waar verscheidene partijen aan meededen. In 1994 werd een vredesverdrag getekend met Israël maar in de loop van 1996 bekoelden de relaties met Israël weer aanzienlijk door de starre en weinig coöperatieve houding van de regering Netanyahu. De sinds de Golfoorlog verstoorde band met Saoedi-Arabië werd hersteld en ook de betrekkingen met Koeweit normaliseerden zich. In oktober 1996 bezocht koning Hoessein als eerste Arabische staatshoofd de Palestijnse gebieden, waarbij hij het gezag van Arafat legitimeerde. In 1997 probeerde Hoessein een bemiddelende rol te vervullen in het stagnerende vredesproces in Israël maar in zijn eigen land werd dit niet erg op prijs gesteld. In 1999 overleed Hoessein aan kanker. Na zijn overlijden werd hij opgevolgd door zijn zoon Abdoellah II.
Op 14 en 15 juli 1999 werden er gemeenteraadsverkiezingen georganiseerd. De belangrijkste oppositiepartij, het Islamitisch Actiefront (IAF), de politieke arm van de Jordaanse Moslimbroederschap, deed voor het eerst sinds 1995 weer mee. Het won 72 zetels en zeven burgemeestersposten. Linkse oppositiepartijen behaalden slechts zes zetels. Abdoellah II zette het buitenlands beleid van zijn vader in grote lijnen voort en ondersteunde het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen. Op binnensland gebied bemoeit koning Abdullah zich intensief met de samenstelling van de regering en wijzigt het kabinet geregeld.

Bevolking:

Naar boven

Jordanië heeft op dit moment ongeveer 6 miljoen inwoners. Het grootste gedeelte van de bevolking van Jordanië bestaat uit Arabieren (95%) waarvan een groot deel bestaat uit gevluchte Palestijnen. Vaak zijn zij te herkennen aan de rode hoofddoek die ze dragen in plaats van een zwarte. Enkele honderdduizenden Bedoeïenen, Turken, Circassiërs, Tsjerkessen, Armeniërs en Koerden maken de bevolking compleet. De laatste 80 jaar heeft Jordanië een enorme bevolkingsgroei mee gemaakt. Tussen 1954 en 2004 steeg het inwoneraantal van 586.000 naar 6 miljoen in 2007. De jaarlijkse bevolkingsgroei is zeer groot. De cijfers, tussen 1985 en 1993 gemiddeld 5,9%, in 1997 4,7% en in 2003 2,78% steken schril af tegen die van Nederland (0,5 %). Niet alleen de opvang van Palestijnse vluchtelingen is hier de oorzaak van maar ook het verschil tussen het geboortecijfer (23,68 per 1000 inwoners) en het sterftecijfer (2,62 per 1000 inwoners) heeft hierop zijn invloed. Verder is ook de snelle verhoging van de levensverwachting van zowel mannen (75,4 jaar) als vrouwen (80,5 jaar) de laatste jaren hier debet aan. De belangrijkste religie in Jordanië is de Islam. Ruim 90% van de moslims is soenniet en slecht 3% van hen is sjiiet. Daarnaast woont er een kleine groep christenen (6%) en Druzen (2%) in Jordanië.

Cultuur:

Naar boven

Jordanië heeft een bewogen geschiedenis achter de rug maar delen van het huidige Jordanië hadden al vroeg een hoge beschaving. Doordat Jordanië op de handelsroute lag met verschillende andere culturen zien we er invloeden vanuit verschillende windstreken. Men kan de Egyptische, Romeinse, Griekse, Perzische en Byzantijnse invloeden terug vinden in de diverse opgravingen die er in het land zijn. Tot de historische hoogtepunten die (gedeeltelijk) te bezichtigen zijn worden onderstaande site’s op dit moment gerekend:

  • Petra was/is de (Romeinse) naam van de hoofdstad van de Nabateeërs. De stad is gelegen in een kloof in de heuvels en is gedeeltelijk uit de rotsen Uitzicht over de Jordaan-vallei. uitgehakt. Vrijwel alle gebouwen die er ooit stonden, zijn geruïneerd. De bloeitijd van de stad is te danken aan de handelsroute voor wierook die loopt van Jemen, 1600 km zuidelijker gelegen, naar Perzië, Syrië en de Griekse en Romeinse rijken. Petra was voor de verschillende handelsroutes een knooppunt. Doordat er belasting werd geheven op de (rijke) handelaars heeft dit de heersers van Petra schatrijk gemaakt. Dit komt tot uiting in de gebouwen en grafmonumenten die er toentertijd gebouwd zijn. De Nabateeërs hadden lange tijd een eigen koninkrijk, dat echter in 106 v. Chr. onder Romeins gezag gebracht werd en deel werd van de Romeinse provincie Arabia. Nadat de stad in 551 n. Chr. het toneel was van zowel een beleg en inname door de Byzantijnen op de Perzen en van een vernietigende aardbeving kwam er een langzaam einde aan de gloeitijd van de stad. Ook het feit dat de handelsroute door Petra werd vervangen door de scheepvaart over de Rode zee was hier debet aan. Na enige tijd werd de stad verlaten. De Zwitser Jean Louis Burckhardt, vermomd als Hindoestaanse handelaar, herontdekte Petra in 1812 voor de westerse wereld. Petra staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO en werd in 2007 opgenomen in de nieuwe lijst met Wereldwonderen.
  • Ongeveer tachtig kilometer ten oosten van de hoofdstad Amman ligt Quseir Amra of Qusair Amra. Amra behoort tot de groep van de zogenoemde 'woestijnkastelen' die de toenmalige dynastie van de Omajjaden bouwde in het gebied rondom Amman en is een historisch badhuis en jachtslot. Het gebouw is (waarschijnlijk) tussen 711 en 715 gebouwd door kalief Walid I van de Omajjaden. De schilderingen zijn mogelijk van een latere periode, tussen 730 en 740. Het badhuis werd gebruikt als een retraite door de kalief voor sport, baden en ontspanning
  • Um er-Rasas (of Kastrom Mefa'a) is een andere belangrijke archeologische opgraving in Jordanië. Hier is het meeste is nog niet opgegraven, maar de plek bevat in ieder geval Romeinse, Byzantijnse en vroeg-Arabische gebouwen en ruïnes van de 3e eeuw tot de 9e eeuw. De plek werd gesticht als een Romeins legerkamp, waarna het uitgroeide tot een stad. Het legerkamp van 150 bij 150 meter is nog als ruïne te bezichtigen. Van deze locatie is bekend dat er zestien vroegchristelijke kerken, sommige met goed bewaard gebleven mozaïek-vloeren, zijn geweest. Er staan ook twee aparte, vierhoekige torens waar ascetische monniken in hebben gezeten. De omgeving is bezaaid met resten van landbouwactiviteiten. Volgens de overlevering zou het hier zijn dat de profeet Mohammed, toen hij nog een handelaar was, door een monnik zou zijn verteld over de deugd van het monotheïsme. In 2004 is de site door UNESCO tot Werelderfgoed verklaard.

Bij de verschillende opgravingen zijn vondsten gedaan die duiden op een hoge mate van vakmanschap en verfijning van de kunst. Ook hier zien we weer regelmatig de invloeden op de ambachten en de kunst van andere volkeren terug. In de loop der jaren heeft dit nog extra impulsen gehad door de immigratie van diverse volkstammen naar Jordanië. Behalve de bouwkunst (o.a. woestijnkastelen en Petra) en de prachtige gevonden mozaïeken zijn een aantal ambachten toch enigszins kenmerkend voor Jordanië

  • De Zilversmeedkunst is van oudsher wijdverbreid in de Arabische wereld. In Jordanië kreeg de edelsmeedkunst door de immigratie van Circassiërs en Armeniërs honderd jaar geleden een nieuwe impuls. Met de toenemende welvaart zijn de klanten tegenwoordig echter meer geïnteresseerd in de duurdere sieraden (van goud). De sieraden die de vrouw bij het huwelijk krijgt als een soort financiële verzekering, geven net als de kleding uitdrukking aan een zekere geestelijke houding. Tot voor kort fungeerden de sieraden als talisman of amulet. De innerlijke kracht van het sieraad wordt door de perfectie in de uitvoering bepaald
  • · Het knopen van tapijten is al in vroege tijd tot een kunst verheven. Tapijten behoren voor zowel de stedelingen als voor de nomadische bevolking tot het standaardinterieur van een huis. De tapijten van de bedoeïenen onderscheiden zich van de (tegenwoordig) industrieel gefabriceerde exemplaren door hun meer hoekige patronen. Intussen worden folkloristische elementen in de nationale mode en de internationale haute couture toe gepast.

Klimaat:

Naar boven

Jordanië heeft een mediterraan klimaat en meer landinwaarts een woestijnklimaat. Jordanië kent hete zomers, met name op het plateau enWoningen uitgehakt in de rotsen in Petra. in de Jordaanvallei. De winters duren hier van november tot mei en zijn tamelijk vochtig; de berggebieden ten westen en oosten van de Jordaan zijn tamelijk koud en kennen vorst en sneeuw. De hoogste delen van de hoogvlakte en de  hellingen ten oosten van de Jordaan-vallei hebben een soort Middellandse-Zeeklimaat met hete, droge zomers en zachte winters met geringe hoeveelheden neerslag. De noordelijkste en hoogste delen van de hoogvlakte ontvangen de meeste neerslag (jaarlijks gemiddeld 700 mm) en alleen hier zijn landbouwactiviteiten mogelijk. Door de hoogte valt de neerslag hier soms in de vorm van sneeuw. In het zuiden van de Jordaan-vallei valt gemiddeld 100 mm. Noordoost-, Zuidoost-, Zuid-Jordanië en de Wadi Araba hebben allemaal een woestijnklimaat, waar de neerslag niet boven de 200 mm per jaar komt en valt er alleen ’s winters wat neerslag.
De gemiddelde temperatuur in januari ligt in het noorden van Jordanië tussen de 5° en 10°C, in het zuiden tussen 10° en 15°C. In de Jordaan-vallei en de Wadi Araba is het nog iets warmer, tussen de 15° en 20°C. In de zomer lopen de temperaturen op tot 25° en 30°C in het noorden en 30°C en 35°C in het zuiden en in de Jordaan-vallei en de Wadi Araba. Regelmatig komen de temperaturen daar boven de 40°C uit. Vanwege de vochtige lucht en de hoge temperaturen is het ’s zomers nauwelijks uit te houden. De warmste maand in de hoofdstad Amman is augustus, met temperaturen van 14 tot 37oC (gemiddeld dagelijks minimum en maximum temperatuur). De koudste maand is januari met temperaturen van 0 tot 16oC. De droogste maanden zijn mei tot en met augustus.
 

Natuur:

Naar boven

Door de grote variëteit in landschappen verdeeld over Jordanië heerst er ook een grote diversiteit in vegetatie. Naar het oosten toe groeit er steeds minder. In de woestijn bloeien vlak na regenval doornstruiken, grassen en veel eenjarige planten. Als de zon weer gaat schijnen verdort deze vegetatie weer snel en Jordanië heeft vooral woestijnen. zullen alleen de taaiste struiken, zoals distel, heidebrem en tamarisk overleven. Veel van deze planten zijn endemisch en komen alleen in Jordanië voor. In Jordanië (en het grootste deel van de rest van de wereld) is de lente het hoogseizoen voor bloemen en planten. Bij voldoende regenval in de maanden februari tot mei kunnen er meer dan 2000 soorten bloemen en planten groeien en bloeien. Na droge, warme winters met weinig regenval komen veel bloemen en planten niet eens tot bloei.
In vroegere tijden had Jordanië uitgestrekte bossen. Deze zijn echter door roofbouw grotendeels verdwenen zijn. Met name in het hoogland van Jordanië is er nog een restant van ca. 65.000 hectares bossen. Hier vinden we pijnbomen, vlinderbomen, eucalyptusbomen, acacia’s, cipressen en altijd groen blijvende eiken. Worden wel pogingen gedaan tot herbebossing maar dit wordt bemoeilijkt door erosie, karstverschijnselen en de vele schapen en geiten, die de nieuwe aanplant gelijk wegvreten. De plantengroei bestaat verder, afhankelijk van de hoeveelheid neerslag, vooral uit steppevegetatie. De nationale bloem van Jordanië is de zwarte, eigenlijk dieppaarse, iris, die vooral rond Madaba te vinden is.

De schaarse Jordaanse dierenwereld heeft aan de kust een mediterraan karakter, maar in het binnenland een typisch (Arabisch) woestijnkarakter. Jordanië telt ongeveer 70 soorten en ondersoorten zoogdieren waarvan de grote roof- en hoefdieren het steeds moeilijker hebben door de afname van prooidieren en grasland. Deze groep grote zoogdieren bestaat vooral uit (gedomesticeerde) paarden, ezels, geiten, schapen, dromedarissen, koeien, honden en katten. In de woestijngebieden leven verder nog woestijnvossen, jakhalzen, caracals, hazen en gerbils, een soort knaagdier. Verder telt Jordanië 73 reptielsoorten (hagedissen zijn er talrijk waaronder o.a. de beroemde blauwe hagedis), 4 amfibiesoorten, 20 zoetwatervissoorten en natuurlijk de vele vissoorten (ongeveer 1000) in de Golf van Aqaba. We komen hier de vele bekende soorten tegen als de zee-egels, zeesterren, zeepaardjes en de anemonen maar ook de meer bijzondere exemplaren als vlindervis, clownvis, ballonvis, leeuwvis. Verder leven er verspreid over het land nog schildpadden, schorpioenen en slangen al hoewel deze erg zeldzaam zijn geworden. Een van de vele vogelsoorten (ongeveer 150 soorten) zul je voornamelijk tegenkomen in de diverse oases. Hier strijken regelmatig grote groepen trekvogels neer en dan met name in al-Azraq. Inheems zijn vele soorten kleine roofvogels, onder andere de dwergarend, de havikarend en de grauwe kiekendief. Bijzondere vogels zijn de woestijnleeuwerik, zonnevogel en Bonelli’s nachtegaal.

In verscheidene delen van het land zijn of worden natuurreservaten ingericht om dieren te beschermen tegen uitsterven, onder andere in al-Azraq en de Wadi Araba. Bijzonder dierrijk is de Wadi Rum, een vallei ten noordoosten van Aqaba. Het is de woonplaats van onder meer de Palestijnse roodmus, de Egyptische gier, de vale gier, en zoogdieren als de woestijnvos, Aziatische jakhals, gestreepte hyena, woestijnhaas, ibex, egel, gerbil, klipdas en jerboa of woestijnspringmuis. Oppassen is het voor de Palestijnse adder, een van de giftigste slangen van de Arabische landen. Shaumari (22 km2) was het eerste wildreservaat van Jordanië. Het werd gecreëerd om een van de meest bedreigde dieren ter wereld te redden: de Arabische oryx. In 1978 werden er vanuit de Phoenix Zoo in Arizona acht exemplaren ingevlogen; in 1999 was de kudde uitgegroeid tot meer dan 200 dieren. Shaumari is ook een fokcentrum voor de Perzische onager, de kropgazelle en de struisvogel.

Wil je op de hoogte worden gebracht wanneer ik een nieuw reisverslag publiceer klik dan hier.