Geografie:
Cuba (officieel de Republiek Cuba of in het Spaans República de Cuba) ligt in het Caribische gebied en is zo’n 111.000
vierkante kilometer groot en daarmee ongeveer tweemaal zo groot als
Nederland en België samen. De hoofdstad is Havana
(sinds 1553) en de tweede stad is Santiago de Cuba (dit was eerder de hoofdstad) en er wonen ongeveer elf miljoen mensen.
Meer dan de helft van de bevolking woont in de grote steden, waarvan de meesten in Havana (rond de drie miljoen). Het land
bestaat uit het hoofdeiland Cuba, het Eiland van de Jeugd en ruim 1600 andere kleine (meestal onbewoonbare) eilandjes.
Cuba is het grootste eiland van de zogenaamde 'Grote Antillen' met onder meer Jamaica, de Bahama's, Puerto Rico, Haïti
en de Dominicaanse Republiek. Ten zuiden van Cuba ligt Jamaica en ten oosten bevindt zich de staat Haïti. Het noorden van
Cuba ligt slechts honderddertig kilometer van Florida verwijdert en ten oosten liggen de Bahamas. Het land wordt omgeven
door de Atlantische Oceaan, de Straat van Florida, de Golf van Mexico en de Caribische Zee. Het eiland is langgerekt en de
afstand tussen het meest westelijke puntje, Cabo de San Antonio en Punta Quemado
in het uiterste oosten, bedraagt ongeveer 1250 kilometer. De grootste breedte is 191 kilometer en Cuba is op z'n smalst
slechts 31 kilometer breed. Het landschap is zeer gevarieerd: soms vlak, soms lichtglooiend en soms bergachtig met vier
bergketens:
- De Sierra de los Organos.
- In het westen de Sierra del Rosario.
- In het midden ligt de Sierra de Escambray.
- In het oosten de Sierra Maestra.
In de Sierra Maestra bevindt zich ook de hoogste punt van Cuba: de 1972 meter hoge Pico Turquino. Verder vind je er veel
rivieren die het land soms letterlijk doorsnijden. De Rio Caute is met z’n 370 kilometer de langste. Het klimaat van het
land is overwegend tropisch met een gemiddelde jaartemperatuur van ongeveer 25 graden. Cuba is een land dat buitengewoon
vruchtbaar is en verder beschikt het over vele delfstoffen zoals koper, mangaan en nikkel. Alles groeit er en de wateren
zijn visrijk. Sigaren, salsamuziek, suiker, rum en geneeskundigen zijn de bekendste exportproducten van Cuba. De grootste
exportpartner van Cuba is Nederland. Nederland nam in 2005 24.5% van de Cubaanse export af.
Historie: |
 |
De eerste bewoners van Cuba waren indianen. In de pre-Columbiaanse periode woonden er de Guanahatabey's, Ciboney's en
Taíno's. Ze leefden vreedzaam naast elkaar en werden slechts lastiggevallen door Cariben vanaf omliggende eilanden. De
Cariben waren een (letterlijk!) bloeddorstig volkje. Het eiland was vernoemd naar hun belangrijkste godheid, van de naam
van deze godheid is ook het woord 'cubanacan' afgeleid, dit betekent 'centrale plaats'. In 1492 werd het eiland ontdekt
door Christoffel Columbus. Diego Velázquez de Cuellar begon in 1511 met de
verovering van Cuba en het land werd een Spaanse kolonie. Toen Velázquez steden ging stichten werd het eiland al snel
bevolkt door Spanjaarden op zoek naar goud en andere rijkdommen. Binnen honderd jaar waren de meeste indianen gestorven
(97% van de indianen op Cuba werd gedood), waarna de Spanjaarden slaven uit Afrika naar Cuba verscheepten. Met Santiago
de Cuba en Havana als belangrijke handelssteden, vervoerden de Spanjaarden al hun rijkdommen richting Europa. Cuba werd
de belangrijkste suikerproducent ter wereld. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de slaven die onder barre omstandigheden
hun werk moesten doen. Alle rijkdommen gingen echter naar de Spanjaarden. Cuba is hierna lange tijd onderdrukt geweest.
In tegenstelling tot de rest van Spaans-Amerika wist Spanje Cuba in de 19e eeuw te behouden. Onder leiding van de Cubaanse
banneling José Marti (1853-1895) werd een oorlog gevoerd, waarin Spanje werd verslagen. In 1898 werd het land na de
Spaans-Amerikaanse Oorlog in feite veroverd door de Verenigde Staten, die het land in 1902 formele onafhankelijkheid
verleende. Cuba bleef echter tot 1934 een Amerikaans protectoraat en ook daarna behielden de Amerikanen een vinger in
de pap, en grepen ze meerdere malen militair in. De jaren 1934 tot 1959 werden gedomineerd door de Cubaanse dictator
Batista. Hij streefde naar linkse hervormingen, maar ontpopte zich tot een zelfgekozen leider met een strak dictatoriaal
regime. Opstandelingen werden tot gevangenisstraf gedwongen. Het was echter de vrijgelaten Fidel Castro die een einde maakte
aan de overheersing. Nadat Fulgencio Batista in 1952 voor de tweede keer dictator van het land wordt, begint de
revolutionair Fidel Castro een opstand. Deze mislukt in eerste instantie en Castro moet vluchten maar keert in 1956 met
een kleine groep getrouwen, waaronder Che Guevara die zich door Fidel had laten overhalen om mee te gaan naar Cuba,
terug. Dit keer is zijn opstand succesvol en op 1 januari 1959 weet Castro de macht over te nemen. Castro en Che hadden
idealistische plannen met Cuba. Zij wilde een socialistische staat, waarin iedereen gelijk was. De banden met de Verenigde
Staten werden verbroken en Cuba ging in zee met socialistische landen.
De van oorsprong Argentijnse Che Guevara, met Fidel de de held en vrijheidsstrijder van Cuba, hield zich na de triomf
van de revolutie vooral bezig met economische hervormingen, zoals de handelsovereenkomst met de Sovjet-Unie. Hierdoor
kwam het land in aanvaring met de Verenigde Staten, die in 1960 een embargo instellen. Dit drijft Cuba nog meer in de
armen van de voormalige Sovjet-Unie. Een jaar later vindt de mislukte invasie in de Varkensbaai plaats, waarbij
tegenstanders van Castro met Amerikaanse steun de regering uit het zadel proberen te stoten. Cuba zoekt hierop verdere
toenadering tot de Sovjet-Unie wat in 1962 leidt tot de Cubacrisis, wanneer er Sovjet-raketten op Cuba geplaatst
worden. Op het laatste moment bereiken de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten een akkoord, waardoor de Sovjetraketten
van het eiland worden verwijderd. Drie jaar later richt Castro de Communistische Partij van Cuba (PCC) op, die de
enig toegestane partij wordt. Burgerlijke vrijheden werden steeds beperkter en veel mensen waren het hier niet mee eens.
Democratie was ver te zoeken en tegenstanders van Castro’s bewind werden opgesloten in gevangenissen en werkkampen.
Nu nog wordt Cuba gedomineerd door Fidel Castro’s dictatuur en is Cuba in de praktijk een eenpartijstaat. De
PCC is de staatspartij en de rol in de grondwet is vastgelegd. Er bestaan enige kleine legale oppositiepartijen, die
echter geen enkele macht bezitten. Verder bestaan er ook een aantal illegale oppositiepartijen. De eerste secretaris
van de communistische partij is voorzitter van de staatsraad oftewel de president van Cuba en de raad van ministers,
en daarmee het staatshoofd van het land. Fidel Castro werd staatshoofd van het land toen hij na de nieuwe grondwet
van 1976 Osvaldo Dorticós Torrado verving. Bovendien is Castro sinds 1959 eerste minister van Cuba. De Nationale Assemblee
van de Macht van het Volk is het uit 609 leden bestaande eenkamerparlement. Leden dienen voor vijf jaar en worden door
de bevolking gekozen. Parlementsleden worden door middel van een districtensysteem gekozen. In elk district is er één
kandidaat, die doorgaans meer dan 90% van de stemmen behaalt. Na de val van de Sovjet-Unie, Cuba's belangrijkste
handelspartner, stort de Cubaanse economie ineen, wat versterkt wordt door het aanhoudende Amerikaanse embargo. In het
begin van de 21e eeuw breekt Cuba uit haar relatieve isolement, wanneer het goede banden aanknoopt met de verschillende
linkse regeringen in Latijns-Amerika, vooral met het Venezuela van Hugo Chávez. Voorlopig is Cuba nog een socialistische
staat en een derde wereldland. Het land krijgt nog nauwelijks steun uit het buitenland in vergelijking met de tijd vóórdat
de Sovjet-Unie uiteen viel. Het zou kunnen zijn dat de República de Cuba zijn langste tijd in de huidige vorm wel eens
gehad kunnen hebben. Iedereen, ook de bevolking, verwacht na de dood van Fidel Castro toch de nodige veranderingen.
Economische veranderingen zijn noodzakelijk om van Cuba een land te maken dat profiteert van zijn rijkdommen. Op dit
moment is het toerisme de industrie waar Cuba’s hoop op is gevestigd en is het uiterst belangrijk voor de economie
en vormt het de grootste bron van harde deviezen. Toch is het nog niet zo lang geleden dat een vakantie naar dit exotische
land vrijwel onmogelijk was omdat Cuba jarenlang de grenzen gesloten heeft gehouden voor het toerisme. De Cubanen die in
de toeristensector werken hebben het veel beter dan de gewone Cubanen (onder andere door de fooien in harde deviezen
(convertibles en euro's). Hierdoor zoeken hoogopgeleide Cubanen vaak werk in de toeristensector. Doctoren en ingenieurs
werkten als gids of chauffeur en hoogleraren als bellboy in hotels. De intellectuelen op Cuba werken in de verkeerde
sector, waar ze overigens een veelvoud verdienen van hetgeen ze zouden verdienen als ze hun beroep uitoefenden. Het
is overigens niet zo eenvoudig om in deze sector werk te vinden want het is namelijk zonder speciale vergunning
verboden om als gids of begeleider voor toeristen op te treden. Het toerisme wordt gecontroleerd door overheidsbedrijven
en gidsen zijn in dienst van de overheid dus hun uitleg moet dus altijd kritisch en met gezonde achterdocht worden
geïnterpreteerd.
Bevolking: |
 |
Aanvankelijk werd Cuba bewoond door indianen maar door de Spaanse overheersing en de slavernij breidde de bevolking
zich snel uit met Spanjaarden, West-Afrikanen, Chinezen en Jamaicanen. Hierdoor hebben veel Cubanen gemengd bloed
(22 procent) maar het grootste gedeelte is toch blank (66 procent) en maar een klein deel zwart (12 procent). Cuba is
een van de weinige multiculturele samenlevingen waar de verschillende bevolkingsgroepen zonder al te veel problemen
met elkaar samenleven. Cuba heeft een zeer kleurrijke bevolking. De mensen zijn over het algemeen erg gastvrij, levendig en sympathiek,
wat gezien de moeilijke leefomstandigheden
als bewonderenswaardig gezien mag worden. Door oa het socialistische systeem
is het leven van de gemiddelde Cubaan doorspekt van een aantal vaste elementen zoals de dagelijkse strijd tegen armoede,
deelname aan (verplichte) sociaal-politieke organisaties en 'revolutionaire' evenementen en de voortdurende controle
door de staat. Het is niet zo dat er echt honger wordt geleden maar een vetpot is het leven nu ook weer niet. Al het
voedsel is op de bon en dan nog heerst er van veel producten schaarste. In verband hiermee kan het voorkomen dat sommige
producten maandenlang in een stad of dorpje niet worden gedistribueerd. Dit kan gelden voor olie maar ook voor noodzakelijke
dagelijkse dingen zoals tandpasta of een eenvoudig stukje zeep. Het is dan ook niet raar dat de zwarte markt hier welig
tiert. Hoewel op papier man en vrouw dezelfde rechten hebben, ziet men in de praktijk vaak het tegenovergestelde. Mannen
zijn de stoere haantjes die uitgaan en jacht op het andere geslacht maken, terwijl de vrouwen thuis zitten en de rol van
perfecte echtgenote vervullen. Natuurlijk zijn er ook vrouwen die zich bezighouden met politiek en het bedrijfsleven, maar
het is nog steeds de mannelijke bevolking die het sociale, economische en politieke leven beheerst. De emancipatie is
hier nog niet sterk voortgeschreden. Bijna 50 procent van de bevolking is jonger dan 25 jaar. Het overgrote deel van de
bevolking is rooms-katholiek, althans op papier. Slechts een klein percentage van de bevolking is praktiserend. Een
gedeelte van de bevolking hangt de Santería aan, een mengeling van godsdiensten, afkomstig uit Afrika, maar vermengd
met het rooms-katholicisme. Onderwijs is gratis in Cuba, net als de gezondheidszorg hierdoor zijn de mensen relatief
gezond en er zijn weinig analfabeten. De meeste Cubanen verlaten het ouderlijke huis nooit. Zelfs als ze trouwen blijven
ze bij de ouders in wonen, desnoods met een heel nieuw gezin. Ook ouderen worden door hun kinderen verzorgd. Er zijn
wel bejaardencentra, maar deze worden nauwelijks gebruikt. Het Spaans dat op Cuba wordt gesproken, is in het
begin moeilijk te verstaan. De Cubanen spreken razend snel en ze slikken de helft van de woorden in; ze spreken de
eind-s niet uit, ook niet aan het eind van een lettergreep, terwijl ze de z en de c als s uitspreken. Tot straks
of tot ziens wordt
ta luego, in plaats van hasta luego. Voor
mij wordt pa mi. Volgens de Cubanen zelf komt dat doordat het een
aangeleerde taal is. De uit Afrika geïmporteerde
slaven, de basis van de bevolking, leerden de taal van hun
meesters, door imitatie.
Cultuur: |
 |
Cuba is natuurlijk bekend als het land van de muziek; waar je ook bent, overal waar je komt hoor je muziek. Cubanen
leven met muziek. Duizenden Cubanen verdienen hun boterham met het bespelen van een instrument of met zingen. Wie
kent niet de cha-cha-cha, de rumba, de son, de mambo of de salsa? Of het bekende lied guantanamera? Allemaal ontstaan in
Cuba. Een zeer bekende Cubaanse groep is de Buena Vista Social Club. De hoogbejaarde Compay Segundo, Ibrahim Ferrer en
Rubén Gonzalez werden hiermee op slag wereldberoemd. Onder de jongeren in Cuba is tegenwoordig rap en hiphop erg populair.
De bekendste groep is Orishas. Deze groep bestaande uit 3 leden, brengt hiphop gecombineerd met salsa en rumba invloeden.
In hun teksten is vaak verdoken kritiek te bespeuren op het huidige regime. Ook timba, een energieke en gecompliceerde
muziekstijl met elementen uit traditionele Cubaanse muziek, salsa, jazz, rock en hip hop, die de virtuositeit
van de Cubaanse musici duidelijk naar voren brengt, is heel populair.
De stijl ontstond eind jaren '80 met als baanbrekende
band La Banda onder leiding van José Luis "El Tosco" Cortés. Om echte Cubaanse muziek te horen, breng je een bezoek
aan een Casa de la Trova. Hier treden muzikanten op, soms steengoed en een andere keer helemaal knudde. Als toerist wordt je
overal getrakteerd op muziek iets wat niet iedereen weet te waarderen. Soms is het ook moeilijk op te brengen wanneer er
's morgens om half zes een vijfmansorkest de sterren van de hemel staat te spelen op een luchthaven. Ook is niet iedereen
erop ingesteld om tenminste tweemaal per dag de geschiedenis aan te horen van de schoonste vrouw op Cuba ooit (je weet wel:
Guantanaméééra..) of zich te verdiepen in de heldendaden van El Commandante : Che Guevara. Tóch zul je je daar als goed
en welopgevoed toerist op moeten voorbereiden. Sterker nog, de muzikanten verwachten enthousiasme en applaus en in de
meeste gevallen een stoffelijke blijk van Waardering. De Cubaanse kunst toont een brede variatie: van impressionistische
schilderijen tot abstracte beeldhouwwerken die stammen uit de Afrikaanse traditie. In het Nationale Museum in Havana krijg
je een goede indruk van de vele Cubaanse kunstuitingen. Het is begrijpelijk dat de Cubaanse 'cuisine', in een land waar
het voedsel op de bon is, niet erg hoogstaand is. In de doorsnee toeristenhotels zijn de maaltijden wel goed, maar ook al
zeg je het 40.000 keer tegen jezelf dat pizza, kip met rijst en een gebakken ei typisch Cubaanse gerechten zijn: dat zijn
ze dus niet. Alleen in de sjiekere restaurants kun je als toerist nog echt goed eten. De Cubaanse keuken is een mixje van
Spaanse, Afrikaanse, Indiaanse en Franse invloeden. Het eten is niet zo gekruid als in bijvoorbeeld Mexico, maar de porties
zijn stevig en bestaan uit vis of vlees, groenten en rijst. Gewoon lekker en voedzaam dus. De specialiteit is moros y
cristianos; rijst met zwarte bonen. Je hebt ook een variant met rode bonen. Andere lekkernijen zijn plátno frito (gebakken
banaan), fufú (geplette banaan met varkenszwoerd), puerco asado (gestoofd varkensvlees), picadillo (rundergoulash met
gebakken bananen). Verder zijn er gerechten met kip, rundvlees, vis, konijn en kreeft.De Cubaanse biertjes zijn van goede
kwaliteit. Heb je zin in een lekker biertje dan kies je uit de merken Mayabe, Hatuey en Cristal. Wijn wordt amper gedronken
maar je kunt er voor in de plaats eens een cocktailtje of de plaatselijke rum uit proberen. Heb je geen zin in alcohol
dan zijn er overal heerlijke fruitsappen te krijgen.
Klimaat: |
 |
Cuba heeft een subtropisch klimaat maar het is er, bijna het hele
jaar, ideaal. De gemiddelde temperatuur ligt tussen de 24-30°C; en de
nachttemperatuur bedraagt ongeveer 21°C. Januari heeft met gemiddelde
temperatuur van twintig graden de laagste temperatuur. In juli en
augustus wordt de dertig graden grens met gemak overschreden. De
gemiddelde temperatuur in de omgeving van Havana is drie graden lager
dan die in de omgeving van het oostelijker gelegen Santiago de Cuba en
in de berggebieden is het doorgaans een stuk koeler, vooral ’s nachts.
Het gemiddelde aantal dagen met zon is 330! Hoewel het land een droog (november-april)
en een nat seizoen (mei-oktober) kent, valt er het gehele jaar regen.
Het minst in februari, het meest in oktober. Het gebeurt overigens maar
zelden dat het een hele dag door regent, de meeste buien vallen in de
namiddag en de avond en die kunnen behoorlijk fors uitvallen. De
ervaring is er wel anders dan in Nederland, omdat het in Cuba heel hard
kan regenen, maar een half uur daarna kan de zon al weer tevoorschijn
komen en is het in “no time” weer heerlijk weer. De luchtvochtigheid is
er wel vele malen hoger dan in Nederland, namelijk rond de 80%. In het
westen regent het iets meer dan in het oosten. In de maanden september
tot november wordt Cuba incidenteel geteisterd door orkanen.
Natuur: |
 |
Voordat Cuba ontdekt werd, was het vrijwel geheel begroeid met
tropische regenwouden die helaas steeds meer plaats hebben moeten maken
voor landbouwgrond en voor suikerplantages. Vooral de laatste eeuwen is
de jungle in rap tempo kleiner geworden. Landbouw- en
weidegronden,
steden en dorpen bevinden zich allemaal op gebieden die ooit bebost
waren. Ondanks dat heeft Cuba nog steeds een veelzijdig binnenland met
een unieke flora en fauna. Afwisselend uitgestrekte vlaktes en
heuvelachtige gebieden, weelderig begroeid waardoor het hele eiland een
grote tropische tuin lijkt. De langdurige olieschaarste heeft ertoe
bijgedragen dat vele Cubanen bomen rooiden om die als brandstof te
gebruiken. Minder dan tien procent van de oorspronkelijke bebossing
bleef over. Momenteel zijn de Cubanen druk bezig met herbebossen,
waarbij snelgroeiende soorten de voorkeur krijgen. Natuurlijk komen er
ook andere soorten begroeiingen voor in de plaats, maar gevreesd moet
worden dat veel inheemse flora verdwenen is. Vanwege de ligging van Cuba
is de plantengroei uitbundig te noemen. In totaal groeien er bijna
achtduizend verschillende soorten mossen, bloemen, planten, struiken en
bomen. Er zijn op Cuba zo'n 60 palmsoorten te vinden waaronder de
koningspalm (dit is een kaarsrechte en zeer hoge palm en de nationale
boom van Cuba) en de kurkpalm. Voor een stukje regenwoud moet je naar de
Sierra de Escambray. Verder vind je op Cuba indrukwekkende kapokbomen,
ceders, eiken, pijnbomen en natuurlijk citrus- en bananenbomen. Mango's,
papaya's en avocado's, het groeit allemaal op Cuba. Verder komen er de
jagüey- (een ficussoort) en de wortelboom voor. De koraalboom herken je,
behalve aan zijn vorm, aan zijn prachtige gele en rode bloemen. Op Cuba
noemen ze deze boom flamboyante. Ook wat planten en bloemen betreft, is
Cuba rijk bedeeld. Er zijn meer dan zesduizend soorten geteld, waarvan
ongeveer de helft inheems is. De nationale bloem van Cuba is de
vlinderjasmijn, een heerlijk geurende witte vlinderbloem. Grote delen
van het Cubaanse landschap zijn begroeid met suikerriet, de grondstof
voor het belangrijkste exportartikel: rum. In het westen wordt veel
tabak gekweekt. Dit is de basis voor een ander belangrijk exportartikel:
naar de inwoners zeggen de beste sigaar ter wereld.
Op Cuba leven vele diersoorten. Wilde of giftige dieren
zijn er niet en naar groot wild zul je ook tevergeefs
zoeken. Er leven wel een aantal zeldzame diersoorten, zoals
de almiqui of Cubaanse insecteneter, een soort rat op hoge
poten en met een lange snuit. Verder komen er wilde zwijnen,
herten, roodogige leguanen, sapito's (de kleinste
kikkersoort), berensoorten, slangen (geen giftige) en
krokodillen voor. In het water vinden we de zeekoe en met
name de zeldzame manatí. Niet iedereen is blij met de grote
spinnen, motten en slakken die je tegenkomt. De slakken zijn
wel heel apart vanwege hun felle kleuren. Muggen zijn de
onaangenaamste beesten op Cuba, en niet eens malariamuggen,
want die zijn uitgeroeid. Een ander prikbeestje is een iets
minder gemeen soort paardenvliegje dan de Hollandse, genaamd
jején. Behalve deze twee zijn er nòg zo’n 6998 soorten
insecten.
Vogels zijn er in een grote verscheidenheid. Meer dan 350
verschillende soorten werden er tot nu toe geteld. Hieronder
vind je de eveneens kleinste soort ter wereld: de zunzuncito
, kortweg zunzun (een kolibrie met een gewicht van twee
gram!). De nationale vogel is de Cubaanse trogon, beter
bekend als tocororo naar het geluid dat hij voortbrengt.
Zijn kleuren, rood, wit en blauw, zijn dezelfde als die van
de Cubaanse vlag. Verder tref je er flamingo's, pelikanen,
uilen, gieren en meeuwen aan. Veel planten- en diersoorten
leven in gebieden die beschermd worden met de status van
nationaal park.
|